Op 3 februari 2VeLA modelovereenkomst DBA016 heeft de eerste kamer de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (WDBA) aangenomen. Door de invoering van de Wet DBA komt per 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) te vervallen. De VeLA heeft exclusief voor haar leden het VeLA-branchemodel Overeenkomst van Opdracht op laten stellen en is als sector(voorbeeld)overeenkomst positief beoordeeld door de Belastingdienst.

    Voor VeLA-leden zal de invoering van de wet DBA per 1 mei 2016 dan ook weinig hoofdbrekers opleveren. Voor opdrachtgevers een extra motivatie om te kiezen voor een bij de VeLA aangesloten adviseur.

    De kern van de wet is dat de Belastingdienst op basis van het vooroverleg zekerheid kan geven of een bepaalde werkrelatie niet geclassificeerd zal worden als een (fictieve) arbeidsovereenkomst. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van een vooraf beoordeelde (model)overeenkomst die een geldigheid van vijf jaar hebben. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat schijnzelfstandigheid aangepakt moet worden. “De zzp'er aan de bovenkant van de markt is al vaak evident ondernemer. Sommigen of velen van hen hebben niet eens een VAR. Er zijn 800.000 zzp'ers en er zijn maar 500.000 VAR's. Veel mensen hebben die dus niet, zij zijn zo evident ondernemer dat zij helemaal geen behoefte hebben aan dat circus. Voor hen verandert dat helemaal niets. Als die mensen straks ervoor kiezen om toch volgens een modelovereenkomst te werken, kunnen zij daar zekerheid aan ontlenen“ hield staatssecretaris van Financiën de Eerste Kamer voor tijdens de behandeling van de wet.

    De VeLA is van mening dat het de opdrachtgevers van haar leden zo makkelijk mogelijk gemaakt moet worden om een VeLA-lid in te huren. Het vastleggen van afspraken is daarbij natuurlijk belangrijk, maar een administratieve rompslomp dient daarbij voorkomen te worden. Als brancheorganisatie heeft de VeLA daarom het VeLA-branchemodel Overeenkomst van Opdracht laten opstellen en door de Belastingdienst laten beoordelen. De gedragsregels waaraan VeLA-adviseurs zich dienen te houden maken integraal onderdeel uit van dit branchemodel.

    Als je  ‘evident ondernemer’ bent, zoals Staatssecretaris Wiebes dat formuleert, dan zal dat onder de nieuwe wet ook zo blijven. Er zal dan meestal geen discussie zijn of er mogelijk een arbeidsovereenkomst is tussen de adviseur en de opdrachtgevers. Voor VeLA-leden is het ondernemerschap evident, want om lid te kunnen zijn moeten zij immers:

    • de nodige ervaring als adviesbureau bezitten om als zodanig zelfstandig en met vrucht werkzaam te kunnen zijn;
    • in hun economisch voortbestaan hoofdzakelijk afhankelijk zijn van het resultaat van de beroepsuitoefening als adviseur;
    • hun bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid op een adequate wijze afgedekt te hebben.
    Een belangrijke reden voor de VeLA om het branchemodel te ontwikkelen was dat de bestaande modellen van de Belastingdienst uitgaan van een resultaatverantwoordelijkheid. Pas dan is het onwaarschijnlijk dat er in een gezagsverhouding gewerkt wordt. In het adviesvak is het vaak niet mogelijk om vooraf een resultaat vast te leggen, maar voor de situatie van een inspanningsverplichting had de Belastingdienst geen standaard model beschikbaar. Samen met de Belastingdienst is de VeLA tot een sluitend model gekomen, dat tevens zal dienen als voorbeeldovereenkomst voor de branche.
     
    Het model is dusdanig vormgegeven dat op een eenvoudige wijze de belangrijkste elementen - waaronder natuurlijk het duidelijk krijgen dat een VeLA-adviseur niet in een arbeidsrelatie werkt - zijn afgedekt. Hierbij is een gezond evenwicht gevonden tussen de belangen van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. Naast het invullen van de gegevens van de zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, staan alle voor de specifieke opdracht relevante informatie in de annex bij de overeenkomst. Hiermee is het opstellen van de overeenkomst in een oogwenk gebeurd. De fiscale beoordeling door de Belastingdienst van het VeLA-branchemodel Overeenkomst van Opdracht is vijf jaar geldig.
    VeLA-leden kunnen het VeLA-branchemodel Overeenkomst van Opdracht hieronder downloaden (inloggen vereist)

    Om de lancering van de Wet DBA in goede banen te leiden is het Transitieplan DBA opgesteld en bestaat uit 3 fases. De ingangsdatum van de wet is 1 mei 2016 en er zal een transitieperiode zijn tot 1 mei 2017 waarin de Belastingdienst beperkt handhavend zal optreden. Daarna is de Wet DBA volledig van kracht en zal de Belastingdienst gaan handhaven. De afschaffing van het huidige VAR-systeem en de overgang naar de modelovereenkomsten houdt in, dat als de werkgever opdrachtnemers heeft die nu werkzaamheden voor hem verrichten op basis van een VAR, de werkgever rekening moet houden met gewijzigde wettelijke voorschriften. De handhavingsstrategie van de Belastingdienst zal met name gericht op opdrachtgevers.

    De Wet DBA is net zoals de oude VAR-verklaring niet verplicht! Het is eerder een handigheid voor ondernemer en opdrachtgever om te toetsen of er loonheffing van toepassing is op het te gebruiken contract. Het risico blijft bestaan dat de Belastingdienst naar aanleiding van een controle toch correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen (en eventueel boetes) oplegt, als blijkt dat de uitvoering van de overeenkomst afwijkt van wat oorspronkelijk is overeengekomen. Een incidentele afwijking van de overeenkomst heeft volgens de staatsecretaris echter “vanzelfsprekend” geen gevolgen, mits de opdrachtgever of opdrachtnemer aannemelijk kunnen maken dat het gaat om een tijdelijke situatie, c.q. dat het inderdaad een incident betreft. Door het gebruiken van het VeLA-branchemodel -in plaats van de standaard modelovereenkomst 'geen gezag'- hebben zowel de opdrachtgever en opdrachtnemer vooraf zekerheid dat bij 'waarneming ter plaatse door de inspecteur' vastgesteld wordt dat er geen arbeidsverhouding is en dus geen loonheffingen verschuldigd zijn. Dit alles natuurlijk mits er feitelijk volgens de overeenkomst gewerkt wordt.